Update door diabetes verpleegkundigen en Suzanne Arts 05-2024 / Valentina Baráranova 02-2024

Diabetes type II

Achtergrondinformatie        zie hier voor uitgebreide achtergrondinformatie over diabetes (315)

Medicamenteuze behandeling

Start 1dd 500 mg, verhoog dosering elke 2 tot 4 weken aan de hand van nuchtere glucose waarden.

Max. dosis:
BMI < 30 2xdd 1000 mg

BMI> 30 3xdd 1000 mg

Dosis aanpassing bij nierfunctiestoornissen:

Clcr 60-89 ml/min: max. 3000 mg/dag in 2-3 doses;

Clcr 45-59 ml/min: max. 2000 mg/dag in 2-3 doses en de begindosis is maximaal de helft van de maximale dosis;

Clcr 30-44 ml/min: max. 1000 mg/dag in 2-3 doses en de begindosis is maximaal de helft van de maximale dosis;

Clcr 10-30> 1x 500 mg. Zie verder ook laboratoriumonderzoek metformine (603).

Bijwerkingen: Zeer vaak (> 10%): meestal in het begin van de behandeling: maag-darmklachten zoals misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust.


Metformine

Dosering + opmerkingen

Biguaniden




Geneesmiddelnaam

w

Tolbutamide

Start 1dd 500 mg, zo nodig iedere week individueel ophogen met 500 mg tot max 2 gram. Dosis tot 1 gram 1dd ’s ochtends, ander verdelen over de dag.

Mag gemalen worden.

Bijwerkingen: overgevoeligheidsreactie's.

Gliclazide

Gliclazide langwerkend: start 30 mg 1 dd, max. 120 mg 1 dd.

Gliclazide middellangwerkend: start 80 mg 1 dd, max. 80 mg 3 dd.

Mag bij lichte tot matige nierfunctiestoornis worden gebruikt.

Let op! Twee verschillende tabletpreparaten, dus verschillende farmacokinetische eigenschappen. Wissel niet tussen de preparaten en combineer ze niet!

Bijwerkingen: Vaak (1-10%): hypoglykemie


Dosering + opmerkingen

SU-derivaten (sulfonylureumderivaten)

1e keuze (indien niet moet worden gemalen)



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

SU-derivaten (sulfonylureumderivaten)

2e keuze (indien het middel moet worden gemalen)

Geneesmiddelnaam

Empagliflozine

1x daags 10 mg, Indien na 2-4 weken glucose > 8 mmol/l; verhoog empagliflozine naar 1x daags 25 mg (maximale dagdosis).

Bijwerkingen: Hypoglykemie bij combinatie met insuline of sulfonylureumderivaat. Volumedepletie (laag circulerend bloedvolume).

Dosering + opmerkingen

SGLT2 remmer

Geneesmiddelnaam

Dulaglutide

s.c. 0,75 mg 1×/week (bij monotherapie). Combinatietherapie: s.c. 1,5 mg 1×/week. Overweeg voor kwetsbare patiënten een begindosering van 0,75 mg 1×/week. Zo nodig de dosering van 1,5 mg 1×/week na ten minste 4 weken verhogen naar 3 mg 1×/week. Vervolgens zo nodig na ten minste 4 weken verhogen naar max. 4,5 mg 1×/week.

Bijwerkingen: Zeer vaak (> 10%): hypoglykemie (bij gebruik in combinatie met insuline of een SU-derivaat met of zonder metformine). Maag-darmklachten zoals misselijkheid, braken, buikpijn en diarree (m.n. in het begin van de behandeling; nemen gewoonlijk af binnen enkele dagen of weken).

Dosering + opmerkingen

GLP-1 receptoragonist

Geneesmiddelnaam

Begindosis semaglutide 0,25 mg 1×/week; na 4 weken moet de dosering worden verhoogd naar 0,5 mg 1×/week. Na ten minste 4 weken met een dosering van 0,5 mg 1×/week, de dosering zo nodig verder verhogen naar 1 mg 1×/week. Na ten minste 4 weken met een dosering van 1 mg 1×/week, zo nodig verder verhogen naar max. 2 mg 1×/week. NB: De 2 mg pen is in Nederland niet in de handel.

Bijwerkingen: Zeer vaak (≥ 10%): hypoglykemie (in combinatie met insuline of een sulfonylureumderivaat). Misselijkheid, diarree.

Semaglutide

Begindosis liraglutide s.c. 0,6 mg 1×/dag; na ten minste één week verhogen naar een onderhoudsdosis van 1,2 mg 1×/dag. Enkele patiënten kunnen baat hebben bij een dosisverhoging naar 1,8 mg 1×/dag na ten minste één week. Max. 1,8 mg/dag.

Bijwerkingen: Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, diarree.

Liraglutide

Behandeling met insuline:

Switchen naar 2 dd. mixinsuline

Behandeling met insuline

Basaal bolusregime


Van 2x dd. naar basaal bolus


Van mixinsuline naar 1 dd.

Insuline aspart (Novorapid™)

Kan vlak voor, tijdens of na de maaltijd worden toegediend. Werking binnen 10-20 min, max na 1-3 uur, houdt 2-5 uur aan.


Insuline glargine (Lantus™)

Werking ca 24 uur. Insuline hoeveelheid splitsen in 2 injecties vanaf 50 EH. Bij geconcentreerde insulines zoals bijv. Toujeo kan het afwijken van deze regel.

Insuline aspart / insuline aspart protamine

(Novomix™)

Kan vlak voor, tijdens of na de maaltijd worden toegediend. Werking binnen 10-20 min, maximaal na 1-4 uur, werkingsduur tot 24 uur.

Insuline hoeveelheid splitsen in 2 injecties vanaf 50 EH. Bij geconcentreerde insulines zoals bijv. Toujeo kan het afwijken van deze regel.

Insuline isofane (Humuline NPH™)

1-2x daags. Werking binnen 1-2 uur, houdt 14-24 uur aan.

Insuline hoeveelheid splitsen in 2 injecties vanaf 50 EH. Bij geconcentreerde insulines zoals bijv. Toujeo kan het afwijken van deze regel.



Insuline humane (Mixtard™ of Humuline™)

Kan vlak voor, tijdens of na de maaltijd worden toegediend. Werking binnen 10-20 min, maximaal na 1-4 uur, werkingsduur tot 24 uur.

Insuline hoeveelheid splitsen in 2 injecties vanaf 50 EH. Bij geconcentreerde insulines zoals bijv. Toujeo kan het afwijken van deze regel.


Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Kortwerkende insuline



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Middellangwerkende insuline



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Langwerkende insuline



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Mix van kort en langwerkende insuline



Naslagwerk en bronvermelding:

NHG standaard - Diabetes mellitus type 2

NHG standaard - Cardiovasculair risicomanagement

Cardiometabool Informatie over patiënten met diabetes mellitus, obesitas, (hoog risico op) hart- en vaatziekten en/of nierschade of de combinatie van deze aandoeningen. Bevat veel zorgstandaarden en richtlijnen.


Formularium - Cardiovasculair Risico Management (017)

Formularium - Hypercholesterolemie (018)

Formularium - Richtlijn equivalent dosering statines (515)

*

w

Zie ook overzicht insuline's en hun profielen

Stappenplan diabetes type II (aangepast voor het verpleeghuis)

Leefstijladviezen (binnen het verpleeghuis zijn de leefstijladviezen meestal niet haalbaar)

ga na drie maanden naar stap 1A of 1B

ga direct naar stap 1A of 1B

stap 2B

Start metformine (SGLT2-remmer continueren)

Stel eerst de diagnose DM bij:

stap 2A

Voeg SU-derivaat (Gliclazide) toe:

stap 3A

Voor patiënten met een HOOG cardiovasculair

risico EN vitaal met levensverwachting > 5 jaar


Start:

Bepaal vervolgens of de patiënt verhoogd cardiovasculair risico heeft: alleen indien niet-kwetsbaar, met levensverwachting >5 jaar en met eGFR >10 ml/min/1,73 m² (Gebaseerd op de NHG CVRM-richtlijn 2019). Deze populatie is zeer klein in het verpleeghuis. Ga vervolgens naar leefstijladviezen.

Klik hier voor de uitleg over wanneer er een verhoogd cardiovasculair risico is (= pop-up venster)


Voor patiënten met een LAAG cardiovasculair risico OF levensverwachting < 5 jaar ga verder met de stappen A (deze stap geldt voor veruit de meeste patiënten in het verpleeghuis).

stap 3B

stap 4B

stap 1B

stap 1A

Start metformine:

Overweging: Patiënten met hartfalen hebben ook bij een levensverwachting < 5 jaar een indicatie voor een SGLT2-remmer (voor meer kwaliteit van leven).

≥4CV risicofactoren overweeg een SGLT2-remmer.

BMI>30 kg/m2: overweeg een

GLP-1-receptorantagonist.

Streefwaarde

HbA1c = 1-9

(Combi DPP4 en GLP1 is niet logisch)

Streefwaarde

HbA1c = 10-19

Streefwaarde

HbA1c > 20

Bron: NHG standaard - Diabetes mellitus type 2 aangepast voor het verpleeghuis

Overzicht “insuline's en hun profielen

2022-10-10 Diabetes type II.pptx FTO presentatie


2025-02-10  Aanpassingen NHG standaard diabetes.pptx presentatie


index | endocrien | diabetes | diabetes type II | diabetes informatie | hypoglycemie | hyperglycemie | DM in de laatste levensfase (terminale zorg) | START-STOPP criteria |

lab. onderzoek diabetes (lab) | schildklier

pagina 314


SPOED

FTO

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

verpleeghuisformularium

= werkvoorraad X

https://verpleeghuisformularium.nl

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

w

Versie 7-7-2026 (versie 12.62)

G.T.R. van Laere, arts

I. van Soest, specialist ouderengeneeskunde