Depressie

FTO Maggy van den Brand 07-2021


Indien je psychofarmaca voorschrijft die qua indicatie, soort, dosering of duur buiten de geldende richtlijnen vallen, is er volgens de Wet Zorg en Dwang (WZD) sprake van onvrijwillige zorg (OVZ) met een stappenplan. Deze onvrijwillige zorg dient als zodanig te worden geregistreerd in het dossier (tabblad juridisch binnen Ysis), in het multidisciplinaire behandelplan én op het recept (OVZ stap…, indicatie…)

Nortriptyline

Starten met 10 mg, maar bij forse klachten mag je starten met 25 mg. Dag 1 - 10 mg, dag 4 - 20 mg, dag 8 - 25 mg, dag 12 - 50 mg, dag 16 - 75 mg, dag 21 spiegel bepaling. I.v.m. het bepalen van de spiegel bij voorkeur niet in de ochtend geven. Op geleide van effect, bijwerkingen en spiegel zo nodig verder ophogen. De behandelduur van depressie is 12 maanden, bij recidief levenslang gebruiken. Afbouwen: 25 mg per 2-4 weken. Zie lab onderzoek (620).

Denk ook aan ECG i.v.m. risico op QT-verlenging. Bij vrouwen is de normaalwaarde van het gecorrigeerde QT-interval korter dan 450. Voor mannen geldt de iets kortere waarde van 440.



Citalopram


Dosering + opmerkingen

2e keus: (bij onvoldoende effect van Citalopram)

Tricyclische antidepressiva



Geneesmiddelnaam

Venlafaxine

Bij volwassenen 75-150 mg / dag (volgens afspraak binnen de vakgroep). Dosis verhoging eens per 2 weken. De behandelduur van depressie is 12 maanden, bij recidief levenslang gebruiken. Zie ook serotenerg syndroom (393).



Dosering + opmerkingen

Eventueel als 3e keus: (indien nortryptiline teveel bijwerkingen of risico’s geeft en bij minder ernstige depressieve klachten)

SSRI (selectieve serotonineheropnameremmer)



Geneesmiddelnaam

1dd 10 mg start, na 2 weken ophogen, streefdosering 1dd 20 mg, max 1dd 20 mg (>65jr) of anders 1dd 40 mg.

Citalopram mag worden gemalen. Druppels zijn veel duurder dan tabletten en smaken erg vies. Indien toch druppels: dan 20% lager doseren (8 mg druppels i.p.v. 10 mg tab en 16 mg druppels i.p.v. 20 mg tablet).

De behandelduur van depressie is 12 maanden, bij recidief levenslang gebruiken. Afbouwen: depressie na 12 maanden in 10 mg per 1-2 maanden, angst na 6-12 maanden 10 mg per 3 maanden.  

Bij deze medicatie moet mogelijk laboratorium onderzoek worden verricht, het natrium dient na 5 tot 9 dagen na start te worden gecontroleerd. Zie lab onderzoek (606). Denk ook aan ECG i.v.m. risico op QT-verlenging. Bij vrouwen is de normaalwaarde van het gecorrigeerde QT-interval korter dan 450. Voor mannen geldt de iets kortere waarde van 440.



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

1e keus:

SSRI (selectieve serotonineheropnameremmer)


Naslagwerk en bronvermelding:

Neuropsychiatrische gevolgen na NAH bij volwassenen.

Geneesmiddelen Bulletin - Geneesmiddelen en het lange QT-interval

Kenniscentrum bipolaire stoornissen - Informatie lithium

Website “allesoverlithium.nl” - Practische informatie over lithium

Formularium - Psychofarmaca overzicht (173)

Formularium - Psychiatrisch onderzoek (174)

NHG standaard - Dementie

Verenso richtlijn - Probleemgedrag bij dementie De richtlijn “Probleemgedrag bij dementie” van Verenso biedt een handreiking voor verantwoord verpleeghuisgeneeskundig handelen op het gebied van probleemgedrag bij verpleeghuispatiënten met dementie.

Richtlijn psychofarmaca doseringen Versenso - Doseringstabel (PDF)

GGZ richtlijn - Depressie


*

Lithiumcarbonaat (Priadel, Camcolit) Lithium is GEEN formularium middel, dit mag men alleen op advies van een psychiater voorschrijven. Grofweg 3% van de verpleeghuisbewoners gebruikt lithium (gebaseerd op het aantal bewoners van Archipel Zorggroep Eindhoven en omstreken).


Algemeen:



Bijwerkingen bij een therapeutische spiegel:


Voor meer informatie over bijwerkingen interacties en intoxicaties zie lithium intoxicatie (395)

Bron: Samenvatting PowerPoint-presentatie FTO 21-09-2020 Lithium bij ouderen.pptx

valt buiten de richtlijn


≤ 25mg valt binnen de richtlijn


≤ 20mg valt binnen de richtlijn


Begrippen

Depressieve klachten

Sombere stemming waar de patiënt hinder van ondervindt, maar waarbij niet wordt voldaan aan de DSM-criteria voor een depressie (zie tabel rechts).


Depressie:

Sombere stemming en/of een duidelijke vermindering van interesse of plezier in (vrijwel) alle activiteiten, bijna dagelijks en gedurende het grootste deel van de dag. Er moet voldaan zijn aan minstens 5 DSM-symptomen, waaronder minstens 1 van de kernsymptomen, gedurende minstens 2 aaneengesloten weken waarbij ook voldaan moet zijn aan criteria B t/m E (zie tabel rechts).


In de literatuur en in onderzoek worden de termen ‘depressieve stoornis’ en ‘depressie’ in dezelfde betekenis gebruikt. De werkgroep kiest in de NHG standaard voor ‘depressie’.


Men weegt daarnaast de volgende factoren mee:

Bepaal de ernst van de depressie aan de hand van het aantal DSM-symptomen (tabel rechts). Hoe meer bovenstaande factoren en symptomen aanwezig zijn, hoe ernstiger de depressie. Omdat er sprake is van een continuüm, wordt er geen afkappunt gehanteerd tussen ernstige en minder ernstige depressie.


Winterdepressie:

Een depressie waarbij de symptomen in de herfst beginnen en in het voorjaar weer verdwijnen. De diagnose kan gesteld worden als de depressie minimaal 2 winters heeft plaatsgevonden.


Persisterende depressieve stoornis:

Depressieve klachten die minstens 2 jaar gedurende het grootste deel van de dag aanwezig zijn en meer dagen wel dan niet, waarbij naast de sombere stemming nog 2 andere DSM-symptomen aanwezig zijn (tabel rechts). Hier valt ook het beeld onder dat voorheen ‘dysthymie’ werd genoemd, deze term is verlaten.

Tabel DSM  5-criteria voor depressie

A

Depressie


Kernsymptomen:

  • sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag

duidelijke vermindering van interesse of plezier in (vrijwel) alle activiteiten


Overige symptomen:

  • duidelijke gewichtsvermindering of -toename
  • slapeloosheid of overmatig slapen
  • psychomotorische agitatie of remming
  • moeheid of energieverlies
  • gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
  • verminderd vermogen tot nadenken, concentratieverlies of besluiteloosheid

terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten, suïcideplannen of suïcidepoging

B

De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een gemengde episode (dus geen tot weinig manische kenmerken).

C

De symptomen veroorzaken klinisch significant lijden of belemmering in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke omstandigheden.

D

De symptomen zijn niet het gevolg van directe fysiologische effecten van middelengebruik (bijvoorbeeld drugs of medicatie) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hypothyreoïdie).

E

De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door rouw, bijvoorbeeld na het verlies van een geliefde persoon, de symptomen van rouw langer duren dan twee maanden of worden gekenmerkt door belemmering in het functioneren, preoccupatie met waardeloosheid, suïcidale gedachten, psychotische symptomen of psychomotorische retardatie.

Bron: NHG standaard depressie

2021-07-12 Probleemgedrag.pptx FTO Presentatie

2020-09-21 Lithium bij ouderen.pptx FTO Presentatie


pagina 164

index | probleemgedag bij dementie | slaapstoornis | delier | angststoornis | depressie | agitatie / agressie bij dementie | psychotisch gedrag | START-STOPP criteria | psychofarmaca overzicht |

psychiatrisch onderzoek


LINKS

FTO

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

verpleeghuisformularium

= werkvoorraad X

https://verpleeghuisformularium.nl

Versie 3-6-2024 (12.07)

G.T.R. Van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

w