START - criteria

Protonpompremmer bij ernstige gastro-oesofageale refluxziekte of peptische strictuur waarvoor dilatatie nodig is.

A Protonpompremmer bij patiënten die NSAID* gebruiken en:

B protonpompremmer bij patiënten die lage dosering acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium* gebruiken en:











STOPP - criteria

STOPP F1 metoclopramide bij parkinsonisme (verhoogd risico op verergering van parkinsonisme door centrale dopamineblokkade; domperidon is een alternatief).

STOPP F2 protonpompremmer in maximale therapeutische dosis > 8 weken bij peptische ulcera of oesofagitis, met uitzondering van een Barrett slokdarm (geen bewijs voor extra effectiviteit).

STOPP F3 geneesmiddelen die obstipatie kunnen veroorzaken of verergeren (bijvoorbeeld anticholinerge medicatie, oraal ijzer, opiaten, verapamil, aluminium houdende antacida) bij patiënten met chronische obstipatie (risico op verergering van obstipatie).

STOPP F4 ijzerpreparaten met een gereguleerde afgifte (ferrosulfaat mga /Ferogradumet®) en oraal elementair ijzer in een dosis hoger dan 200 mg per dag (bijvoorbeeld ferrofumaraat > 600 mg / dag of ferrogluconaat > 1800 mg / dag (geen bewijs voor meer opname van ijzer boven deze dosis).


















START - STOPP criteria tr.digestivus

pagina 100

index | tr.digestivus | peptische aandoeningen | misselijkheid en braken | obstipatie | diarree | levercirose | hemorroïden | norovirus | typen van ontlasting | START-STOPP criteria


LINKS

FTO

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

verpleeghuisformularium

= werkvoorraad X

https://verpleeghuisformularium.nl

Versie 18-6-2024 (12.11)

G.T.R. Van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

w