Cardio Vasculair Risico Management (= CVRM)


Presentatie Baukje van de Pas en D. van Geffen 08-2021

Stroomschema risico inschatting voor hart- en vaatziekten

(schema 1; bepaal laag/matig, hoog of zeer hoog risico)

Eerder vastgestelde hart- of vaatziekte?


Diabetes mellitus?


Orgaanschade (bijvoorbeeld diabetische retinopathie) of belangrijke risicofactor (roken, TC > 8 mmol/l of bloeddruk ≥ 180 mmHg)

Jongere met DM type 1?

Zeer hoog risico

Chronische nierschade * ?


Voer een risicoschatting uit met de

SCORE-tabel bij personen >45

en ≤ 70 jaar (bij patiënten met reumatoïde arthritis moet men het risicofactor vermenigvuldigen met 1,5)


Bron: NHG score tabel


Laag / matig risico

JA

NEE

NEE

JA

JA

JA

JA

JA

5-9%

NEE

NEE

>10%

<5%

In dit stroomschema kan er onderzocht worden of er sprak is van een laag/matig risico, hoog risico of zeer hoog risico. Met het gevonden risico kan met in het volgende schema (schema 2) bepalen hoe de behandeling van het cardio-vasculair risico moet zijn.

Ernstige chronische nierschade:
- eGFR < 30
- eGFR 30-44 met ACR 3-30
- eGFR 45-59 met ACR > 30

Matige chronische nierschade:
- eGFR 30-44 met ACR < 3
- eGFR 45-59 met ACR 3-30
- eGFR ≥ 60 met ACR > 30



Bron: Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM (2019)

*

NEE

NEE

NEE

ACR = albumine-creatinineratio (mg/mmol)

Binnen het verpleeghuis is de ACR waarde in de meeste gevallen niet te bepalen, daarom een eGFR < 60 beschouwen als ernstige schade en een eGFR ≥ 60 beschouwen als geen nierschade.


NEE

score_tabel_cvrm.pdf

SCHEMA 1 (risico op HVZ inschatten)

Laag / matig risico

Hoog risico

Zeer hoog risico

Met het gevonden risico in bovenstaande schema kan met in schema 2 bepalen hoe de behandeling van het cardio-vasculair risico moet zijn.

Dit schema is sterk vereenvoudigd voor gebruik binnen het verpleeghuis en afgeleid van het NHG schema. Indien er ook sprake is van hart en vaatziekten (HVZ) en/of diabetes zie dan ook schema 3

Bron: Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM (2019)

Stappenplan voor patiënten met HVZ (schema 3)

Hypertensie + lipiden behandeling zoals in het bovenstaande schema (schema 2) passende bij het gevonden risico.

Start trombocyetenagregatieremmers; acetylsalicylzuur of clopidogrel, tenzij orale antistolling of bloedig CVA. Denk ook aan eventuele maagbeschermer!

Bij overgevoeligheid voor acetylsalicylzuur, start clopidogrel.


Coronaire ziekte, coronaire revascularisatie, hartinfarct , hartfalen en/of symptomatisch coronairlijden.

en / of

Indien patiënten als risicofactoren ook nog hart- en vaatziekten hebben, dan moet er naast de eventuele behandeling van hypertensie en afwijkende lipiden ook nog gekeken worden naar de volgende aandachtspunten van comorbiditeit(en) in onderstaand schema (schema 3) en zo nodig medicatie worden toegevoegd.

Klik op de scoretabel om deze in te zien

Acetylsalicylzuur

1 dd 80 mg (Voor direct effect: oplaaddosis 240 mg). Denk aan maagbeschermer: indien ouder dan 80 jaar of bij risicofactoren en ouder dan 70 jaar. Zie hiervoor de pagina peptische aandoeningen (090)


Clopidogrel

1 dd 75 mg, o.a.bij intolerantie acetylsalicylzuur.

Losartan

1 dd 25-100 mg Alleen als alternatief bij kriebelhoest door ACE-Remmer. Zie lab onderzoek (603).

Werking: Blokkeren van de werking van angiotensine II. Daardoor minder vaatvernauwing en minder productie van aldosteron.

Bijwerkingen: duizeligheid (orthostatische hypotensie), hoofdpijn, smaakstoornis, verminderde nierfunctie en verhoogde kaliumspiegel.

Lisinopril


1 dd 5-20 mg. Clcr 30-50 ml/min: aanvangsdosering max 5 mg per dag, op geleide van effect tot max. 40 mg/dag. Clcr 10-30 ml/min: aanvangsdosering max 2,5 mg per dag, op geleide van effect tot max. 40 mg/dag. Zie lab onderzoek (601).

Werking: Remt de werking van ACE, waardoor de omzetting van angiotensine I naar angiotensine II wordt verminderd. Hierdoor minder vaatvernauwing en minder productie van aldosteron.

Belangrijke bijwerkingen: prikkelhoest, duizeligheid (orthostatische hypotensie), hoofdpijn, smaakstoornis, verminderde nierfunctie en verhoogde kaliumspiegel.

Metoprolol succinaat (retard)

Onderhoudsdosering 200 mg 1dd. Indien metoprolol uit de buffer, overbrug met 2 dd metoprololtartraat.

Werking: Remmen de werking van de bètareceptoren van het sympathische zenuwstelsel.

Bijwerkingen: benauwdheid en astma aanvallen (met name niet selectieve bétablokkers), koude handen en voeten, vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, orthostatische hypotensie, misselijkheid, buikpijn, diarree, obstipatie en maskeren van sympathische verschijnselen van een hypoglykemie.

Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Trombocytenaggregatieremmers



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Bèta-blokker



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

ACE-remmer

Statine


Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

ARB (Angiotensine Receptor Blokker / Angiotensine-II-antagonist)



Medicamenteuze behandeling volgens het formularium

Zeer hoog risico

Hoog risico

Ernstige chronische nierschade * ?

Zeer hoog risico

Hoog risico

Matige chronische nierschade * ?

Ernstig verhoogde enkele risicofactor? (TC> 8 mmol/l of bloeddruk

≥ 180 mmHg

JA

Hoog risico

Zeer hoog risico

Hoog risico

NEE

JA

Behandeling van de bovenstaande risico inschatting (schema 2)

Leefstijladviezen aanbevolen. Medicamenteuze therapie zelden aangewezen.

Indien systolische bloeddruk > 140: Start antihypertensiva, zie hypertensie (012)

Indien LDL > 2,6 mmol/l: Start statine, zie hypercholesterolemie (017)

Indien systolische bloeddruk > 150: Start antihypertensiva, zie hypertensie (012)

Indien LDL > 2,6 mmol/l: Start statine bij voldoende levensverwachting, zie hypercholesterolemie (017)

Indien systolische bloeddruk > 140: Start antihypertensiva, zie hypertensie (012)

Indien LDL > 2,6 mmol/l: Start statine, zie hypercholesterolemie (017)

Streefwaarde LDL < 1,8 mmol/l, zie hypercholesterolemie (017)


Indien systolische bloeddruk > 150 en diastolisch >70: Start antihypertensiva, zie hypertensie (012)

Indien LDL > 2,6 mmol/l bij voldoende levensverwachting, start statine, zie hypercholesterolemie (017)

<70 jaar


>70 jaar


<70 jaar


>70 jaar


SCHEMA 2 (keuze van behandeling maken aan de hand van het risico)

SCHEMA 3 (extra behandeling toevoegen als er al HVZ aanwezig zijn)

TIA of onbloedig CVA

Clopidogrel tenzij orale antistolling (NOAC of VKA)


w

w

w

w

2017-05-22 CVRM.pptx PowerPoint-presentatie FTO

NHG standaard - Cardiovasculair risicomanagement

Cardiometabool - Informatie over patiënten met diabetes mellitus, obesitas, (hoog risico op) hart- en vaatziekten en/of nierschade of de combinatie van deze aandoeningen. Bevat veel zorgstandaarden en richtlijnen.

NHG - Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM (2019)

Formularium - Hypercholesterolemie (018)

Formularium - Richtlijn equivalent dosering statines (517)

Naslagwerk en bronvermelding:


Vermijdbare interacties bij voorschrijven:


*

pagina 017

index | tr.circulatorius | acuut coronair syndroom | stabiele angina pectoris | hypertensie | hypertensieve crisis | atriumfibrilleren | acuut hartfalen | chronisch hartfalen |

cardio vasculair risico management | hypercholesterolemie | CVA (neurologicus) | perifeer vaatlijden | oedeem vorming benen | START-STOPP criteria | antihypertensiva overzicht





LINKS

FTO

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

verpleeghuisformularium

= werkvoorraad X

https://verpleeghuisformularium.nl

Versie 18-6-2024 (12.11)

G.T.R. Van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

w