Hypertensie

Hydrochloorthiazide

1 dd 12,5-50 mg. Clcr 30-50 ml/min: aanvangsdosering 1dd 12,5mg, zo nodig verhogen op geleide van effect. Bij een clcr <30 ml/min is dit middel gecontraindiceerd. Zie lab onderzoek (612).

Werking: Door de diuretica scheidt de patiënt meer natriumchloride en water uit door vermindering van terugresorptie in de nieren.

Belangrijke bijwerkingen: uitdroging, hypokaliëmie en jichtaanvallen (bij verhoging urinezuur).



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Thiazide-diureticum



Metoprolol succinaat

Losartan

1 dd 25-200 mg Metoprolol succinaat. Indien metoprolol tartaat uit de buffer, overbrug dan met 2 dd metoprololtartraat.

Metoprolol succinaat = langwerkend (retard vorm, 1x daags doseren); Metoprolol tartaat = kortwerkend (2x daags doseren).

Werking: Remmen de werking van de bètareceptoren van het sympathische zenuwstelsel.

Belangrijke bijwerkingen: benauwdheid en astma aanvallen (met name niet selectieve bétablokkers), koude handen en voeten, vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, orthostatische hypotensie, misselijkheid, buikpijn, diarree, obstipatie en maskeren van sympathische verschijnselen van een hypoglykemie.

1 dd 25-100 mg Alleen als alternatief bij kriebelhoest door ACE-Remmer. Zie lab onderzoek (603).

Werking: Blokkeren van de werking van angiotensine II. Daardoor minder vaatvernauwing en minder productie van aldosteron.

Belangrijke bijwerkingen: duizeligheid (orthostatische hypotensie), hoofdpijn, smaakstoornis, verminderde nierfunctie en verhoogde kaliumspiegel.

Amlodipine

1 dd 5-10 mg.

Werking: Calciumantagonisten verhinderen het transport van vrije calcium-ionen, waardoor spiercellen in de wand van de bloedvaten niet samentrekken en er vaatverwijding optreed.

Belangrijke bijwerkingen: hoofdpijn, duizeligheid, blozen, maag- darmklachten (niet gebruiken bij refluxziekten!) en oedeem.

Lisinopril


1 dd 5-20 mg. Clcr 30-50 ml/min: aanvangsdosering max 5 mg per dag, op geleide van effect tot max. 40 mg/dag. Clcr 10-30 ml/min: aanvangsdosering max 2,5 mg per dag, op geleide van effect tot max. 40 mg/dag. Zie lab onderzoek (601) en zie dosering van medicatie bij nierfunctie stoornissen (559).

Werking: Remt de werking van ACE, waardoor de omzetting van angiotensine I naar angiotensine II wordt verminderd. Hierdoor minder vaatvernauwing en minder productie van aldosteron.

Belangrijke bijwerkingen: prikkelhoest, duizeligheid (orthostatische hypotensie), hoofdpijn, smaakstoornis, verminderde nierfunctie en verhoogde kaliumspiegel.

Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

ACE-remmer



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

ARB (Angiotensine Receptor Blokker / Angiotensine-II-antagonist)



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Bèta-blokker



Geneesmiddelnaam

Dosering + opmerkingen

Calcium-antagonist



NHG standaard - Acuut coronair syndroom

NHG standaard - Perifeer arterieel vaatlijden

Cardiometabool - Informatie over patiënten met diabetes mellitus, obesitas, (hoog risico op) hart- en vaatziekten en/of nierschade of de combinatie van deze aandoeningen. Bevat veel zorgstandaarden en richtlijnen.

Formularium - Cardiovasculair Risico Management (CVRM) (017)

Formularium - Richtlijn equivalent dosering statines (517)

Formularium - Overzicht van alle beschikbare antihypertensiva (040)


Naslagwerk en bronvermelding:

*

w

w

Medicatie

Stappenplan medicatie bij hypertensie

Eerder myocardinfarct

Anginapectoris

Bètablokker, ACE-remmer/ARB


Bètablokker, calciumantagonist

Hartfalen

ACE-remmer/ARB, bètablokker, lis- of thiazidediureticum, kaliumsparend diureticum**


Atriumfibrilleren

Bètablokker, non-dihydropyridinecalciumkanaal, ACE-remmer/ARB, kaliumsparend diureticum**


Perifeer arterieel vaatlijden

ACE-remmer


Diabetes mellitus

ACE-remmer/ARB


Afrikaanse herkomst (sub-Sahara)

Thiazidediureticum, calciumantagonist


Situatie

Bloeddrukverlagend middel


Voorkeusmiddelenvoor bloeddrukverlaging voor specifieke situaties (NHG)*

ACE = angiotensineconverterend enzym, ARB = angiotensinereceptorblokker

* Patiënten met chronische nierschade zie NHG-standaard Chronische nierschade

** o.a. spironolacton

Hypertensiebehandeling stappenplan:





Start één middel naar keuze bij minimale verhoging bloeddruk.

Start twee middelen bij grotere gewenste daling bloeddruk of vervolg met 2 middelen bij niet behalen van het doel met één middel.

Combineer drie middelen bij niet behalen doel.

Bij resistente hypertensie voeg spironolacton toe (bij niet verdragen Amoloride als alternatief) en overweeg verwijzing specialist.

Bij RAS remmer/diuretica controleer eGFR, natrium en kalium voor de start en twee weken na start en daarna jaarlijks.

 2025-09-08 CVRM FTO.pptx PowerPoint-presentatie FTO

Bron: NHG cardiovasculair risicomanagement

Bloeddrukverlaging


Bron: NHG CVRM (2024)


Elena Norman FTO 6-2025


een systolische bloeddruk < 150 mmHg met een diastolische bloeddruk ≥ 70 mmHg onder voorwaarde van voorzichtig titreren.

pagina 012

index | tr.circulatorius | acuut coronair syndroom | stabiele angina pectoris | hypertensie | hypertensieve crisis | atriumfibrilleren | acuut hartfalen | chronisch hartfalen | hartfalen achtergrond info

cardio vasculair risico management | hypercholesterolemie | CVA (neurologicus) | perifeer vaatlijden | oedeem vorming benen | START-STOPP criteria | antihypertensiva overzicht





SPOED

FTO

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

verpleeghuisformularium

= werkvoorraad X

https://verpleeghuisformularium.nl

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

w

Versie 3-12-2025 (versie 12.58)

G.T.R. van Laere, arts

I. van Soest, specialist ouderengeneeskunde