index | laboratorium medicatie | laboratorium protocollair | farmacogenetisch laboratorium onderzoek


pagina 617

Update (L. Bollen) 12-2019


Frequentie

Bepaling

Opmerking

Vóór starten

Na 2 weken

Maand 1

Maand 2

Maand 3

Algemeen:

  • Bloedbeeld
  • IJzer

Nierfunctie:

  • Kalium
  • Kreatinine
  • MDRD (eGFR/CKD-EPI)
  • Natrium

Leverenzymen:

  • Alkalisch fosfatase
  • ALAT
  • ASAT
  • yGT
  • Lactaatdegenase

Medicatiespiegel:

  • Carbamazepinespiegel

Risico op toxische spiegel.

Vóór en periodiek tijdens de behandeling complete urineanalyse en 'blood urea nitrogen' bepalen. Bij ouderen, bij bestaande

nieraandoeningen met lage natriumwaarden en bij patiënten behandeld met diuretica (natriumwaarden verlagend) vóór het begin van de behandeling, na 2 weken en gedurende de eerste 3 maanden maandelijks het natriumgehalte in het bloed bepalen; daarna op basis van behoefte. Denk bij optreden van hyponatriëmie aan vloeistofbeperking als tegenmaatregel.

Bij hypothyreoïdie is extra controle nodig, omdat carbamazepine de eliminatie van schildklierhormonen kan versterken. Voorzichtigheid is geboden bij oudere patiënten en bij ernstige ziekten van hart en vaten, lever en nier. Bijwerkingen op het gebied van het centraal zenuwstelsel kunnen een teken zijn van overdosering of sterke schommeling van de plasmaconcentratie.

Vóór het begin van de behandeling en periodiek gedurende de behandeling het volledig bloedbeeld (incl. trombocyten, reticulocyten en serumijzer) en leverfunctie controleren. Bij verlaagde waarden van leukocyten of trombocyten tijdens de behandeling de patiënt en het bloedbeeld bewaken. Bij enig bewijs van significante beenmergdepressie, bij verslechtering van de leverfunctie, optreden van acute hepatitis, de behandeling direct beëindigen.

Carbamazepine (instelprotocol)

Frequentie

Bepaling

Opmerking

1x 12 maanden

Algemeen:

  • Bloedbeeld
  • IJzer

Nierfunctie:

  • Kalium
  • Kreatinine
  • MDRD (eGFR/CKD-EPI)
  • Natrium

Medicatiespiegel:

  • Carbamazepinespiegel

Risico op toxische spiegel ivm metabolisatie door CYP3A4.

Vóór en periodiek tijdens de behandeling complete urineanalyse en 'blood urea nitrogen' bepalen. Bij ouderen, bij bestaande

nieraandoeningen met lage natriumwaarden en bij patiënten behandeld met diuretica (natriumwaarden verlagend) vóór het begin van de behandeling, na 2 weken en gedurende de eerste 3 maanden maandelijks het natriumgehalte in het bloed bepalen; daarna op basis van behoefte. Denk bij optreden van hyponatriëmie aan vloeistofbeperking als tegenmaatregel.

Bij hypothyreoïdie is extra controle nodig, omdat carbamazepine de eliminatie van schildklierhormonen kan versterken. Voorzichtigheid is geboden bij oudere patiënten en bij ernstige ziekten van hart en vaten, lever en nier. Bijwerkingen op het gebied van het centraal zenuwstelsel kunnen een teken zijn van overdosering of sterke schommeling van de plasmaconcentratie.

Vóór het begin van de behandeling en periodiek gedurende de behandeling het volledig bloedbeeld (incl. trombocyten, reticulocyten en serumijzer) en leverfunctie controleren. Bij verlaagde waarden van leukocyten of trombocyten tijdens de behandeling de patiënt en het bloedbeeld bewaken. Bij enig bewijs van significante beenmergdepressie, bij verslechtering van de leverfunctie, optreden van acute hepatitis, de behandeling direct beëindigen.

Carbamazepine (onderhoudsprotocol)


INDEX


RICHTLIJNEN

EXTERNE LINKS

ARCHIPEL

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

LABORATORIUM

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

Archipel formularium

https://verpleeghuisformularium.nl

klik hier voor zoek opdrachten