Pneumokokkenvaccinatie

De gezondheidsraad heeft het advies uitgebracht om alle volwassenen vanaf 60 jaar een vaccinatie aan te bieden met het 23-valente pneumokokkenpolysacharidevaccin (PPV23) en deze vaccinatie elke 5 jaar te herhalen, tot en met de leeftijd van 75 jaar. Om zo deze groep beter te beschermen tegen sterfte en ziekte door pneumokokken. Hiervoor is een vaccinatieprogramma opgesteld.


In verband met de COVID-19 pandemie is er dit jaar voor gekozen om de kwetsbaarste leeftijdsgroep voorrang te geven. Daarom wordt er dit jaar gestart met de pneumokokkenvaccinatie bij personen die geboren zijn in 1941 t/m 1947. Hoe het programma er na 2020 uitgaat zien is op dit moment nog niet bekend. De Gezondheidsraad zal hier op een later tijdstip weer een advies over uitbrengen.


Patiënten met sikkelcelziekte en asplenie, hebben een minder goed werkend immuunsysteem, zij komen ongeacht hun leeftijd al in aanmerking voor vaccinatie tegen pneumokokken en zijn vaak al eerder gevaccineerd. Eenmalig ontvangen zij de PCV 13 vaccinatie gevolgd door de PPV 23 met interval van minimaal 2 maanden en daarna ontvangen zij elke 5 jaar de PPV 23 vaccinatie.


In het nieuwe vaccinatieprogramma vindt er dus op basis van leeftijd een selectie van patiënten plaats wie er dit jaar voor vaccinatie in aanmerking komen. Deze mensen (geboren in 1941 t/m 1947) krijgen een brief thuis, met het verzoek om bij de CV- er aan te geven of ze al dan niet een pneumokokkenvaccin willen krijgen.


Binnen deze groep beoordeelt de arts de groep mensen die een medische indicatie (sikkelcelziekte en asplenie) hebben voor een -pneumokokkenvaccinatie. Een medische indicatie voor vaccinatie is de meest voorkomende reden voor een eerdere pneumokokkenvaccinatie.

De werkwijze voor de pneumokokkenvaccinatie is als volgt;

Voor 1 oktober is voor iedereen die in aanmerking komt voor de pneumokokkenvaccinatie (PPV 23) duidelijk of deze de vaccinatie al dan niet willen ontvangen.


Check dus ook of er patiënten zijn die mogelijk al eerder een vaccinatie hebben gehad vanwege een medische indicatie, zie bovenstaand. En volg voor het bijgevoegde stroomschema.

De keus van de patiënt wordt opgenomen in het behandelplan

Het label pneumokokkenvaccin wordt aangevinkt voor 1 oktober voor de patiënten die vaccin willen ontvangen. (de labels worden gebruikt om te tellen hoeveel vaccins er besteld worden)

Wanneer het vaccin gegeven is komt dit terug in de visite. Er wordt een rapportage gemaakt met de episode ‘preventieve geneeskunde’ (zo kan gemakkelijk worden teruggevonden wanneer het vaccin is gegeven).


Het label pneumokokkenvaccin wordt dan weer uitgezet


Het kan zijn dat patiënten al eerder zijn gevaccineerd met PCV 13 en/of PPV 23, of vanwege de medische indicatie nog in aanmerking komen voor een eenmalige PCV13 vaccin zie daarvoor de tabel rechts en het stroomschema hieronder.


Controleren op eerdere vaccinatie is belangrijk omdat:


1/ Een te kort interval tussen de geplande pneumokokkenvaccinatie en een eerder gegeven pneumokokkenvaccinatie een (tijdelijk) exclusiecriterium kan zijn. Wanneer hervaccinatie te snel plaatsvindt, is er een verhoogd risico op hyporesponsiviteit (waardoor er te weinig antistoffen worden aangemaakt en de effectiviteit van het vaccin minder is) en is er een verhoogd risico op bijwerkingen.


2/ In geval van asplenie of sikkelcelziekte eventuele ontbrekende PCV13 vaccinatie aangeboden kan worden. Bij asplenie en sikkelcelziekte is er een sterk verhoogd risico op invasieve pneumokokkenziekte. Op basis van bestaande richtlijnen (https://lci.rivm.nl/richtlijnen/asplenie ) komen deze cliënten in aanmerking voor twee pneumokokkenvaccinaties te weten PCV13 en PPV23. De overige medische indicaties zijn terug te vinden in de LCI richtlijn, maar vallen onder de verantwoordelijkheid van de tweede lijn.


Indien er sprake is van asplenie of sikkelcelziekte, kan in het eigen dossier of aan de hand van correspondentie/overleg met specialist gekeken worden of de cliënt inderdaad beide vaccinaties (PCV13 en PPV23) al heeft ontvangen. Dit zal bij de meeste cliënten het geval zijn. Mocht de cliënt nog niet eerder gevaccineerd zijn tegen pneumokokken dan kan eerst PCV13 vaccinatie worden aangeboden.


Mogelijk is niet altijd bekend bij u of een cliënt eerder een pneumokokkenvaccinatie heeft ontvangen. In de uitnodigingsbrief aan cliënten is daarom een zin opgenomen, waarin de cliënt wordt verzocht om aan te geven als hij/zij eerder een pneumokokkenvaccin heeft ontvangen.

Tabel minimumintervallen tussen de vaccins

Vaccin 1

Vaccin 2

minimum interval

Overwegingen

PCV13

PVV23

2 maanden

Als zowel PCV13 als PVV23 gegeven moeten worden, heeft het de voorkeur om eerst PCV13 te geven en daarna pas PVV23: Dit geeft een betere immuunrespons (Greenberg et al 2014, Kobayashie et al 2015)

PVV23

PCV13

1 jaar

Te snel (<1 jaar) na PVV23 vaccinatie aanbieden van PCV13 levert juist lagere antistoftiters op. Daarom is dit interval langer dan in de hierboven genoemde volgorde vaccineren.

PVV23

PVV23

2 jaar

Bij een tekort interval kans op hyporespons en meer bijwerkingen.

Nationaal Programma Pneumokokkenvaccinatie Volwassenen - Handreiking voor zorgorganisaties



Naslagwerk en bronvermelding:


Achtergrond informatie:

L. Bollen, A. Harteloh, P. van Roosmalen, G. van Laere 09-2020


index | overzicht preventieve zorg | influenzavaccinatie | pneumokokkenvaccinatie | tetanusvaccinatie | COVID19 vaccinatie


pagina 411


EXTERNE LINKS

ARCHIPEL

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

Versie 25-04-2021 (10.41)

G.T.R. van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

Archipel formularium

https://verpleeghuisformularium.nl

= voorschijven door VS

Link naar afspraak over voorschrijven door de VS Link naar afspraak over voorschrijven door de VS

= lab. controle nodig

Bij deze medicatie moet mogelijk laboratorium onderzoek worden verricht

= werkvoorraad

Deze medicatie zit in de werkvoorraad

DIGESTIVUS


DEHYDRATIE

UROGENITALIS


KNO + MOND


OGEN

NEUROLOGICUS

ALLERGIE

ONBEGREPENGEDRAG


TERMINALE ZORG

LOCOMOTORIUS

INTOXICATIES

PREVENTIEVE ZORG

RESPIRATORIUS


ENDOCRIEN



CIRCULATORIUS

ANTISTOLLING

BLOED

HUID / WOND