DE 5 ASSEN VOLGENS DSM-criteria:

- as I: syndromale stoornissen en aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn

- as II: persoonlijkheidsstoornissen, verstandelijk handicapt

- as III: somatische aandoeningen

- as IV: psychosociale en omgevingsproblemen

* problemen binnen de primaire steungroep

* problemen gebonden aan de sociale omgeving

* problemen in samenhang met onderwijs/scholing

* werkproblemen

* woonproblemen

* financiële problemen

* problemen met toegankelijkheid van de gezondheidszorg

* problemen met justitie/politie of misdaad

* andere factoren

- as V: hoogste niveau van aangepast functioneren het afgelopen jaar


HOOFDGROEPEN DIAGNOSEN:

Cognitieve stoornissen (delerium, corticale dementie (Alzheimer, Creutzfeldt-Jacob), frontotemporale dementie (Pick), subcorticale dementie (Huntington, subcorticale vasculaire encefalopathie, multiple sclerose, aids-dementie, normal pressure hydrocephalus, leuko encefalopathie), amnestische stoornis)

Psychotische stoornissen (schizofrenie, schizofreniforme stoornis, schizoaffectieve stoornis, waanstoornis, kortdurende psychotische stoornis, gedeelde psychotische stoornis, psychotische stoornis door een somatische aandoening, psychotische stoornis door een middel)

Stemmingsstoornissen (depressieve stoornis, dysthyme stoornis, bipolaire I en II stoornis, cyclothyme stoornis, stemmingsstoornis door een somatische aandoening, stemmingsstoornis door een middel)

Angst- en dwangstoornissen (paniekstoornis zonder agorafobie, paniekstoornis met agorafobie, agorafobie zonder panierstoornis in de voorgeschiedenis, specifieke fobie, sociale fobie, onsessieve-compulsieve stoornis, gegeneraliseerde angststoornis, angststoornis door een somatische aandoening, angststoornis door een middel)

Stress- en aanpassingsstoornissen (posttraumatisch stressyndroom, acute stresstoornis)

Stoornissen met vooral lichamelijke symptomen (conversiestoornis, pijnstoornis, hypochondrie, morfodysforie, ongedifferentieerde somatoforme stoornis, somatisatiestoornis, somatiforme stoornis niet anderszins omschreven, anorexia nervosa, boulimia nervosa, seksuele stoornis, slaapstoornis, nagebootste stoornis)

Dissociatieve stoornissen (depersonalisatiestoornis, dissociatieve amnesie, dissociatieve fugue, dissociatieve identiteitsstoornis)

Conatieve stoornissen (afhankelijkheid van een middel, misbruik van een middel, drangstoornis (parafilieen, stoornissen in de impulsbeheersing), suïcidaal gedrag)

Persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen (cluster A (schizotypisch, schizoïde, paranoïde), cluster B (theatraal, antisociaal, borderline, narcistisch), cluster C (obsessief-compulsief, afhankelijk, ontwijkend)


GAF-score (GLOBAL ASSESSMENT OF FUNCTIONING):

91-100: Uitstekend functioneren bij een groot aantal activiteiten, de problemen in het leven lopen nooit uit de hand, persoon wordt op prijs gesteld door anderen door veel goede kwaliteiten. Geen symptomen.

81-90: Geen of minimale symptomen, goed functioneren op alle gebieden, geïnteresseerd en betrokken bij een groot aantal activiteiten, sociaal effectief, doorgaans tevreden met het leven, alleen alledaagse problemen en zorgen.

71-80: Als er symptomen optreden, zijn deze van voorbijgaande aard, te verwachten reacties op psychosociale stress, slechts beperkte hinder in sociale omgang, op het werk of op school.

61-70: Enige lichte symptomen OF enige problemen in sociaal functioneren, op het werk of op school, maar functioneert over het algemeen behoorlijk goed, heeft goede inter-persoonlijke contacten.

51-60: Matige symptomen OF matige problemen in sociaal functioneren, op het werk of op school.

41-50: Ernstige symptomen OF ernstige beperkingen in sociaal functioneren, op het werk of op school.

31-40: Enige vermindering in realiteitsbesef of communicatie OF sterke vermindering op verschillende terreinen, zoals werk of school, gezins- of familierelaties, beoordelingsvermogen, denkvermogen of stemming.

21-30: Gedrag wordt beïnvloed door wanen of hallucinaties OF ernstige beperkingen van communicatie of beoordeling OF onvermogen op alle terreinen te functioneren.

11-20: Enig gevaar om zichzelf of anderen te verwonden OF af en toe verwaarlozing van de persoonlijke hygiëne OF zeer ernstige vermindering van communicatie.

1-10: Blijvend gevaar zichzelf of anderen te verwonden OF blijvend onvermogen de persoonlijke hygiëne te onderhouden OF ernstig suïcidaal gedrag met duidelijke doodsverwachting.

0: Bij onvoldoende informatie voor GAF-beoordeling.

 

ALGEMENE INDRUK:

Uiterlijk (opvallende uiterlijke kenmerken, leeftijdsschatting, verzorging, opvallende kleding, make-up, kapsel)

Contact en houding (begroeting, wederkerigheid van contact, oogcontact)

Klachten presentatie (presenteren met: gevoel, zakelijk, bezorgd, berustend, onverschillig, alsof het een ander betreft, ongeduldig enz.)

Gevoelens en reacties van de onderzoeker (neutraal, irritatie, verveling, ongeduld...)


COGNITIEVE FUNCTIES:

Bewustzijn (bewustzijnsdaling, somnolent, soporeus, subcomateus, comateus, licht, gedaald, omneveld, vernauwd, verruimd, stupor, wijzigingen gedurende het onderzoek, slaapaanvallen, slaapwandelen, abcenses, syncopes).

Aandacht en concentratie (vigiliteit (=verminderde waakzaamheid), selectiviteit (=gerichtheid), tenaciteit (=vasthoudendheid), hypoactiviteit, concentratiestoornis).

Orientatie in tijd, plaats en persoon (intact, desoriëntatie in tijd, plaats, in andere personen, in de eigen persoon).

Korte termijn geheugen (intact, korte termijn geheugen problemen, anterograde amnesie, confabulaties).

Lange termijn geheugen (intact, stoornissen in het lange-termijngeheugen, retrograde amnesie, dissociatieve amnesie).

Oordeelsvermogen (intact, realiteitsbesef, zelfinschatting en decorumbesef)

Ziekte inzicht (denkbeelden over de aard en oorzaken van de aandoening)

Ziekte besef (zoekt behandeling, wijst behandeling af, mate van behandeltrouw)

Abstractievermogen (vermogen om te generaliseren, classificeren, combineren, meer dan een feitelijke manier van denken. Dus bijv. spreekwoorden niet begrijpen).

Uitvoerende/executieve functies: (plannen maken voor en het initiëren, opvolgen, controleren en stoppen van ingewikkelde handelingen)

Geschatte intelligentie: (hoogbegaafd = IQ>130, begaafd = IQ 121-130), hoog gemiddeld = IQ 111-120), gemiddeld = IQ 90-110 (is VMBO niveau), laag gemiddeld = IQ 80-89), zwakbegaafd = IQ 70-79), lichte verstandelijke beperking = IQ 50-56), matige verstandelijke beperking = IQ 35-49, ernstige verstandelijke beperking = IQ 20-34, zeer ernstige verstandelijke beperking = IQ <20).

Voorstelling: (normaal, dwangvoorstellingen, herbelevingen, psychotraumatische ervaringen).

Waarneming: (normaal, agnosieen (visuele-, prosop-, kleur-, tactieleagnosie, atopognosie, visuele, auditieve of tactiele inattentie, negatieve hallucinaties), dyspercepties (zoals hyperacousis, heperesthesie), pseudohallucinaties, hallucinaties, illusionaire vervalsingen, derealisatie).

Zelfwaarneming: (normaal, depersonalisatie (autopsychische depersonalisatie, allopsychische depersonalisatie, somatopsychotische depersonalisatie), identiteitsstoornissen (multiple identiteit, identificatie met ander gender, twijfelen aan of verandering in de eigen identiteit, autoscopie, dubbelgangerfenomeen), stoornissen in de zelfafgrenzing (verlies eigen autonomie, verlies van eenheid van de eigen persoon, )

Denken:

* tempo (normaal, bradyfreen, tachyfreen, gejaagd denken, gedachtenarmoede, geremd denken)

* beloop (normaal, neologismen, alogie, tangentialiteit)

* samenhang (normaal, ontsporing, incoherentie, gedachtenvlucht)

* inhoud (normaal, overwaardige denkbeelden, preoccupatie, dwanggedachten, wanen (betrekkingswanen, vergiftigingswanen, achtervolgingswanen, ontrouwwanen, erotomane wanen, godsdienstwanen, paranormale wanen, schuldwanen, zondewanen, armoedewanen, nihilistische wanen, dysmorfe wanen, hypochondrische wanen, zwangerschapswanen, wanen over gedachtebelemmering, -inbrenging of -luidwording)



Psychiatrisch medisch onderzoek:

AFFECTIEVE FUNCTIES:

Stemming (heteroanamnestisch de langdurige grondtoon van de stemming. Bijv. euforie, depressief, interesseverlies (anhedonie), onthechting, dysfoor, angstig, paniekaanvallen, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie)

Affect (de aard (neutraal, verdrietig, huilerig, eufoor, expansief...), expressie (gedifferentieerd, normaal modulerend, verhoogd aanspreekbaar, labiel, star, kil, adequaat, inadequaat, theatraat))

- alleen bij stemmingsstoornis: stemmingsequivalenten (gevolgen van de stemmingsstoornis. Bijv. obstipatie, doorslaapstoornissen, slaperigheid, dagschommelingen, lusteloosheid, moeheid, energieverlies)

- alleen bij angststoornis: angstequivalenten (bijv. angst, paniekaanvallen, fobieen, vermijdingsgedrag)

- alleen bij aanwijzingen somatisatieklachten: pseudoneurologische klachten en verschijnselen (zoals blindheid, dubbelzien, kokerziek, wazig zien, doofheid, slikklachten, spierzwakte, verlamming)

- overige somatische niet (geheel) verklaarbare klachten (onverklaarde lichamelijke klachten, gestoorde lichaamsbeleving, hypochondrie, derealisatie, depersonalisatie)


SUÏCIDALITEIT:

laag risico, matig risico, hoog risico. Chronische suicïdaliteit, acute suïcidaliteit).


CONATIEVE FUNCTIES:

Psychomotoriek

- algemeen (katatonie, stupor, echomimie, echopraxie, echolalie, psychomotore vertraging, mutisme, agitatie)

- mimiek en gestiek (gezichtsuitdrukking, gebaren. Normaal, levendig, theatraal, vertraagd, geinig, afwezig, echomimie)

- spraak (normaal modulerend, levendig. Overmatig modulerend, monotoon, zacht, luid. Echolalie, spraakarmoede, mutisme)

Motivatie en gedrag

- stoornissen in aandrift (lethargie, initiatiefverlies, apathie, overmatig seksueel gedrag)

- stoornissen in middelengebruik (misbruik van middelen)

- dwangmatig gedrag (iets moeten doen zonder dat het bij je past. Bijv. tien keer licht aan/uit doen)

- drangmatig gedrag (iets doen omdat het plezier oplevert. Bijv. eetbuien, geforceerd braken, laxantia gebruiken)

- impulsief gedrag

- sociaal disfunctioneren (sociaal teruggetrokken, zelfverwaarlozing).


PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN:

volgens DSM criteria.


BETROUWBAARHEID VAN HET ONDERZOEK:

-mate van betrouwbaarheid

-oorzaak van onbetrouwbaarheid

VERKLARING VAN VEEL GEBRUIKTE TERMEN:

Enkele psychiatrische symtomen:

pagina 174

index | onbegrepengedag | slaapstoornis | delier | angststoornis | depressie | agitatie / agressie bij dementie | hallucinaties / wanen | START-STOPP criteria | psychofarmaca overzicht |

psychiatrisch onderzoek


EXTERNE LINKS

ARCHIPEL

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

Versie 25-04-2021 (10.41)

G.T.R. van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

Archipel formularium

https://verpleeghuisformularium.nl

= voorschijven door VS

Link naar afspraak over voorschrijven door de VS Link naar afspraak over voorschrijven door de VS

= lab. controle nodig

Bij deze medicatie moet mogelijk laboratorium onderzoek worden verricht

= werkvoorraad

Deze medicatie zit in de werkvoorraad

DIGESTIVUS


DEHYDRATIE

UROGENITALIS


KNO + MOND


OGEN

NEUROLOGICUS

ALLERGIE

ONBEGREPENGEDRAG


TERMINALE ZORG

LOCOMOTORIUS

INTOXICATIES

PREVENTIEVE ZORG

RESPIRATORIUS


ENDOCRIEN



CIRCULATORIUS

ANTISTOLLING

BLOED

HUID / WOND