Richtlijn blaaskatheters

Anamnese en lichamelijk onderzoek:

Klachten die kunnen passen bij een blaasresidu of retentie zijn:

Pijn in de buik, loze aandrang maar ook gedragsverandering (delier).

In de anamnese specifiek vragen naar incontinentie, obstipatie, bij mannen vragen naar klachten of symptomen van de lagere urinewegen. Ook dien je na te gaan of er medicijnen gebruikt worden die als bijwerking retentie kunnen veroorzaken, zoals anti cholinerge medicatie en opiaten.

Vraag voorgeschiedenis uit of er sprake is van een neurodegeneratieve aandoeningen zoals CVA’s en of er in het verleden urologische of gynaecologische operaties hebben plaatsgevonden.


Bij lichamelijk onderzoek bekijk je of bij inspectie, percussie en palpatie een vergrote blaas kan worden gevonden. Er wordt een rectaal toucher uitgevoerd voor onderzoek naar een tumor of fecale impactie in het rectum en bij mannen wordt de prostaat onderzocht.


Is vervolg met een bladderscan wel mogelijk over de dag, bijvoorbeeld in een instelling, dan kan de onderstaande vuistregel toegepast worden:


Als men geen bladderscan ter beschikking heeft dan wordt bij een vergrote blaasinhoud

overgegaan tot een eerste katheterisatie. Bij een residu tussen 200 en 400 ml is herhaling binnen 12 uur nodig.


NB bij acute retentie bij mannen en/of bij groot residu (> 500 ml)de katheter 48 tot 72 uur in situ laten.


Kortetermijnindicaties:

Langetermijnindicaties:


Incontinentie bij patiënten met decubitus is géén goede indicatie voor het plaatsen van een katheter; men kan in dergelijke gevallen beter zoeken naar alternatieven; bijvoorbeeld het gebruik van een condoomkatheter.


Intermitterend katheteriseren

Overweeg altijd eerst intermitterende katheterisatie, dit is een veilige en effectieve manier om de blaas te ledigen. De kans op complicaties, met name urineweginfecties, is kleiner (0.84 per patiënt per jaar) dan bij langdurige katherisatie. Bij chronisch gebruik van een katheter zal in onze praktijk eerder voor een permanente katheter gekozen worden ivm psychische belasting voor de patiënt en arbeidsintensiviteit voor het verplegend personeel.


Een volgende afweging voor een methode van katheterisatie is die tussen een urethrale katheter en een suprapubische katheter. Een nadeel van een suprapubische katheter ten opzichte van een urethrale katheter is dat voor het de eerste keer inbrengen van een suprapubische katheter in vrijwel alle gevallen naar een uroloog verwezen dient te worden. Voor een kwetsbare patiënt die moeilijk verplaatst kan worden, zal daardoor een suprapubische katheter geen eerste keus zijn.


Algemene adviezen

L. Bollen 05-2020


Soort

Formaat

Indicatie

Voor en/of nadeel

Bijzonderheden

PVC of plastic katheter

Groot lumen

Eenmalige katheteristatie of intermitterende katheterisatie

Goedkoop, maar neigt snel tot korstvorming

-


Polytetrafluorethyleen (PTFE) beklede latex katheter

Klein lumen

Kortdurende katheterisatie (< 7 dagen)

Is zacht en irriteert het slijmvlies minder snel

Niet geschikt voor patiënt met latexallergie

Latexkatheter, gesiliconiseerd

Klein lumen

Eenmalige katheterisatie of korte verblijfsduur (< 7 dagen)

Siliconenlaag vereenvoudigt inbrengen en helpt beschadiging binnenwand urethra te voorkomen

Niet geschikt voor patiënt met latexallergie

Latexkatheter met hydrogelcoating op binnen- en buitenzijde

Klein lumen

Middellange verblijfsduur*

Er hoeft geen glijmiddel te worden gebruikt

Niet geschikt voor patiënt met latexallergie

Elastomeerkatheter met

siliconenlaagje op binnen- en buitenzijde

Klein lumen

Korte verblijfsduur (< 7 dagen)

Irriteert het slijmvlies minder snel en incrusteert minder snel, kan langer in situ blijven dan PFTE-katheter

Niet geschikt voor patiënt met latexallergie

100% Silliconenkatheter

Groot lumen

Lange verblijfsduur (> 14 dagen)

Verstopt minder snel en kan tot 2 maanden in situ blijven

-

 * Verblijfsduur afhankelijk van de fabrikant


Overzicht van assortiment blaaskatheters binnen Archipel: zie document (pdf)

Overige blaaskatheters

Er zijn driewegkatheters, deze hebben een extra lumen. Ze worden gebruikt om de blaas te spoelen bij een blaasbloeding. Een continue spoeling voorkomt dat zich grote stolsels vormen die de katheter kunnen verstoppen.

De Tiemannkatheter is een katheter met een stugge gebogen tip (‘coudé’) die bij bijvoorbeeld prostaathypertrofie het katheteriseren kan vergemakkelijken. De Tiemannkatheter kan beter ingebracht worden door urologen (of urologisch verpleegkundigen).


Complicaties, oorzaken en mogelijke oplossingen:

1. Verstopping


2. Lekkage

Door onwillekeurige contracties van een geprikkelde blaas wordt urine langs de katheter naar buiten geperst Ga na of de katheter verstopt zit, kies voor een dunnere katheter of zorg voor kleinere balloninhoud.



3. Hematurie


Start met blaasspoelen, met NaCl 0,9%. Bij ernstige bloeding continue spoelen dit kan met drie weg katheter. Overleg met uroloog. Overweeg tijdelijk een grotere katheter te gebruiken, Ch 20/22.


4. Infecties

Bacteriurie treedt bij een verblijfskatheter zeer snel op, hoe steriel men ook katheteriseert. Na één week heeft 50% van de patiënten met een verblijfskatheter een bacteriurie, na een maand vrijwel 100%. Een bacteriurie bij chronisch kathetergebruik is meestal asymptomatisch, en behoeft geen behandeling. Antibiotische behandeling dient gereserveerd te worden voor een urineweginfectie met systemische verschijnselen zoals koorts (T > 38°C) en algeheel ziek zijn. Als men onder verdenking van een opstijgende urineweginfectie een antibioticum voorschrijft, dan is het raadzaam de katheter te vervangen. Een kweek en/of directe resistentiebepaling wordt ingezet om de verwekker te bepalen.


Zie ook formularium urineweginfecties (120)


5. Blaaskrampen

Irritatie van de blaaswand kan blaaskrampen veroorzaken, de blaaswand raakt geprikkeld door de katheter, die met zijn opgeblazen ballon en aangroeisels voortdurend tegen de ingevallen wand aanligt. De krampen kunnen ook reflux van urine naar de nieren veroorzaken kies voor een dunnere katheter of zorg voor kleinere balloninhoud. Bij ernstige klachten kan gebruik van anticholinergicum overwogen worden (mits risico op bijwerkingen niet te groot is).


6. Overige complicaties

Langdurige gebruik van een blaaskatheter geeft een verhoogd risico op mortaliteit en morbiditeit en ook verhoogde kans op metaplasie, blaascarcinoom, epididymitis en orchitis.

Indien 8 uur na het verwijderen van de CAD nog geen spontane mictie: bladderscan

Verwijden van een katheter


Indien 8 uur na het verwijderen van de CAD wel spontane mictie heeft plaatsgevonden

Na spontane mictie scannen

Bij residu 0-300ml:

Na 4 uur scan herhalen

Bij residu 300-500ml:

Na 2 uur scan herhalen

>500ml:

CAD opnieuw inbrengen

Bij residu <100ml:

Geen actie

100-300ml: Na volgende spontane mictie nogmaals

residu bepalen

>300ml:

Terugplaatsen CAD

Beslisdiagram voor het verwijderen van een katheter

Verenso - Richtlijn Blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multimorbiditeit.

RIVM - WIP-richtlijn Urinelozing en Stoelgang

Lycklama Nijeholt AAB. Blaasspoelen: indicatie, frequentie, duur, methode. In: Vorderingen in de verpleeghuisgeneeskunde, Leiden: Boerhaave Commissie 2004. ISBN 90-6767- 553-9.

Naslagwerk en bronvermelding:

Begrippen:

Utrecht: Verenso, 2011 - Folder richtlijn blaaskatheters van Verenso

RIVM - Preventie van infecties als gevolg van blaaskatheterisatie via de urethra

pagina 128

index | urogenitalis | urineweg infect. inleiding | urineweg infect. behandeling | mictieklachten bij mannen | BPH | urge incontinentie | acute blaasretentie | incontinentie bij vrouwen | vaginale klachten | blaaskatheters | START-STOPP criteria


EXTERNE LINKS

ARCHIPEL

MEDIMO

APOTHEEK & LOGISTIEK

RICHTLIJNEN

LABORATORIUM

INDEX

Versie 25-04-2021 (10.41)

G.T.R. van Laere, arts

klik hier voor het geven van opmerkingen / aanvullingen

Archipel formularium

https://verpleeghuisformularium.nl

= voorschijven door VS

Link naar afspraak over voorschrijven door de VS Link naar afspraak over voorschrijven door de VS

= lab. controle nodig

Bij deze medicatie moet mogelijk laboratorium onderzoek worden verricht

= werkvoorraad

Deze medicatie zit in de werkvoorraad

DIGESTIVUS


DEHYDRATIE

UROGENITALIS


KNO + MOND


OGEN

NEUROLOGICUS

ALLERGIE

ONBEGREPENGEDRAG


TERMINALE ZORG

LOCOMOTORIUS

INTOXICATIES

PREVENTIEVE ZORG

RESPIRATORIUS


ENDOCRIEN



CIRCULATORIUS

ANTISTOLLING

BLOED

HUID / WOND